+31 33 76 76 333

Wat mag je nog met behoud van je VOG?

De VOG, of verklaring omtrent gedrag, wordt omgeven met veel onduidelijkheid, terwijl de rol hiervan steeds groter lijkt te worden. Meer en meer functies vereisen een VOG, de regels over de de VOG worden als te streng ervaren, en van mensen die in aanraking komen met het strafrecht, wordt min of meer verwacht dat zij ook zelf kunnen beoordelen in hoeverre de verklaring omtrent gedrag van invloed gaat zijn op hun toekomst. Alle reden derhalve om eens een en ander op een rijtje te zetten.

Wanneer krijg je geen VOG

Wat is een VOG?

De VOG is bedoeld om inzicht te geven of de aanvrager van de VOG ooit in aanraking is geweest met het strafrecht. Dat kan om een veroordeling door de rechter gaan, maar ook om een verdenking. De VOG wordt altijd aangevraagd door de persoon wie het betreft zelf. De VOG wordt aangevraagd met een bepaald doel. Dat kan een specifieke baan of stage zijn. De reden hiervoor is dat sommige aanrakingen met het strafrecht minder relevant zijn voor bepaalde beroepen dan anderen. Bij een (beoogd) taxichauffeur is een verdenking wegens rijden onder invloed relevanter dan bij bijvoorbeeld een medewerker bij een verzekeraar, terwijl in dat laatste geval een veroordeling wegens valsheid in geschrifte weer relevanter kan zijn.

Een VOG wordt altijd verleend of geweigerd, zonder dat uit de VOG zelf blijkt welke concrete feiten nu tot weigering hebben geleid. Dit is om de privacy van de aanvrager te beschermen. Zo hoef je je stageverlener nooit te vertellen door welk feit de VOG nu geweigerd wordt, als je dat niet zou willen.

Wanneer is een VOG vereist?

Een verklaring omtrent gedrag wordt in steeds meer gevallen een eis. Aanvankelijk was deze bedoeld voor banen bij de overheid of andere banen waarbij een strafrechtelijke veroordeling uiterst ongewenst is. Voor een aantal beroep is het zelf wettelijk vereist om over een VOG te beschikken: onder meer onderwijzers, gastouders, taxichauffeurs en advocaten moeten hierover beschikken.

Omdat het niet verboden is voor een werkgever om een VOG te eisen, en kennelijk veel werkgevers een ‘backgroundcheck’ voor een werknemer wel een prettig idee vinden, stellen steeds meer werkgevers deze eis. Ook voor vrijwilligersactiviteiten wordt een verklaring omtrent gedrag vaker verlangd. De landelijke overheid heeft net een campagne afgerond waarbij vrijwilligersorganisaties gewezen werden op het feit dat zij een VOG mogen verlangen van hun vrijwilligers.

Er is dan ook een forse stijging in het aantal aangevraagde VOG’s te bemerken. In 2010 werden nog ongeveer 500.000 verklaringen van goed gedrag, zoals een VOG ook wel genoemd wordt, aangevraagd. In 2014 waren dat er al ruim 700.000. Dat houdt onder meer in dat je steeds minder mogelijkheden voor werk hebt, mocht een VOG niet verleend worden.

Hoe gaat komt de beslissing voor een VOG tot stand?

De procedure voor het verkrijgen van een VOG begint door de aanvraag. De verklaring omtrent gedrag wordt altijd aangevraagd door degene die het aangaat. Zodra de aanvraag binnen is bij Justis, de autoriteit die de beslissing neemt, worden de justitiële gegevens van de aanvrager opgevraagd. Daarna wordt de zogenaamde terugkijktermijn bepaald.

Terugkijktermijn

De terugkijktermijn is de termijn voorafgaande aan de aanvraag die bekeken wordt. In de meeste gevallen is dat vier jaar, bij uitzondering is het meer dan vier jaar. Bij aanvragers onder de 23 jaar, is de terugkijktermijn twee jaar. Er is hierop één uitzondering, en dat betreft indien op de justitiële gegevens van de aanvrager een of meerdere zedendelicten vermeld staan. In dat geval wordt de terugkijktermijn niet in duur beperkt – alle justitiële gegevens, hoe oud dan ook, worden bij de beoordeling betrokken.

De terugkijktermijn wordt verder in alle gevallen verlengd als er binnen de terugkijktermijn sprake is geweest van vrijheidsbeneming. De termijn wordt dan verlengd met de duur van de vrijheidsbeneming. In het geval dat de aanvrager dus binnen de termijn van (bijvoorbeeld) vier jaren twee maanden in de gevangenis heeft gezeten, wordt de termijn verlengd naar vier jaar en twee maanden.

Daarnaast is er nog een feitelijke verlenging van de terugkijktermijn naar twintig jaren, als er binnen die termijn van twintig jaren sprake is van justitiële gegevens waarop een misdrijf waarvan de maximumstraf twaalf jaren of meer bedraagt vermeld staan en de aanvrager is veroordeeld tot een onvoorwaardelijk gevangenisstraf, TBS of een PIJ.

Of een bepaalde vermelding binnen de terugkijktermijn valt of niet, is nog een hele berekening. In principe is de datum van de uitspraak van de rechter, strafbeschikking of transactie bepalend. Als daarvan geen sprake is, dan is de pleegdatum bepalend. Kortom, een feit dat is gepleegd in 2010, maar waarvoor de veroordeling in 2011 is geweest, valt binnen de terugkijktermijn van een meerderjarige die een aanvraag heeft gedaan in 2015. Dit is slechts anders als meer dan twee jaar zit tussen de datum van veroordeling, strafbeschikking of transactie en de pleegdatum, tenzij het een zedenfeit of fraudefeit betreft. Daarvoor gelden dan bijzondere regels.

Wat staat vermeld in de justitiële gegevens?

Op de justitiële gegevens staat meer dan alleen een veroordeling: niet alleen sepotbeslissingen en vrijspraken staan daarop vermeld, maar ook veel feiten worden vermeld op het moment dat het dossier door het openbaar ministerie in ontvangst is genomen. (Zie: artikel 4 Besluit Justitiële en strafvorderlijke gegevens).

Waarnaar wordt gekeken binnen de terugkijktermijn?

Als blijkt dat er binnen de terugkijktermijn vermeldingen staan op de justitiële gegevens, dan moet een afweging gemaakt worden of de VOG afgegeven mag worden. Daarbij wordt allereerst de vraag beantwoord of de vermeldingen op de justitiële gegevens, indien herhaald, gelet op het risico voor de samenleving, een belemmering vormen voor de aanvrager bij een behoorlijke uitoefening van de functie waarvoor de VOG aangevraagd is. Deze toets, de objectieve toets genoemd, is een wettelijk toetsingskader, waaraan Justis zich dient te houden.

Als er feiten vermeld staan in de justitiële gegevens, dan is al vaak voldaan aan de objectieve toets. Een strafbaar feit vormt immers al snel een belemmering voor de uitoefening van een functie, als het gepleegd wordt. Gelukkig is er voor deze gevallen een uitzondering, die de subjectieve toets genoemd wordt. Als namelijk het belang van de aanvrager zwaarder weegt dan het belang van de maatschappij bij bescherming, dan moet de VOG alsnog verleend worden.

Geweigerd? en nu?

Het aantal weigeringen is percentueel niet hoog: in 2014 zijn van de 700.000 aangevraagde VOG’s er 2.479 geweigerd, oftewel 0,35 procent. Desondanks zijn dat dus bijna 2.500 mensen geweest die van de overheid niet de door hen – en wellicht hun werkgever – gewenste functie mogen vervullen.

Wanneer Justis van plan is de aanvraag te weigeren, dan krijgt de aanvrager een zogenaamd voornemen toegezonden. Hierin staat vermeld dat Justis van plan is de aanvraag te weigeren en krijgt de aanvrager de tijd om daarop te reageren. Enkel de aanvrager krijgt deze informatie – niemand anders krijgt de informatie toegezonden of kan deze informatie opvragen, anders dan bijvoorbeeld de advocaat van de aanvrager. Het is verstandig om goed te reageren, omdat daarmee Justis nog wel eens op andere gedachten gebracht kan worden.

Wanneer niet gereageerd wordt of Justis volhardt in zijn standpunt, dan wordt de aanvraag geweigerd. Ook hierbij geldt dat enkel de aanvrager hiervan op de hoogte gesteld wordt. Die kan dan echter geen VOG aan (bijvoorbeeld) zijn werkgever verstrekken, zodat de functie niet door de aanvrager vervuld kan worden.

Gelukkig kan de aanvrager bezwaar maken, en veelal heeft een bezwaar ook zin. In 2014 was ruim een kwart van de bezwaren zinvol, en werd het bezwaar gegrond verklaard. Veelal betekent dat de VOG alsnog verleend wordt.

Conclusie

De vraag wat je tegenwoordig nog mag met behoud van je VOG is niet gemakkelijk te beantwoorden. Een combinatie van factoren, waarin tijd, strafbaar feit en de functie waarvoor de VOG aangevraagd wordt een belangrijke rol inspelen, bepaalt het antwoord. Wellicht voor velen opvallend is dat bijvoorbeeld de hoogte van de straf daarin in een ondergeschikte rol speelt.

De aanvraag van een VOG is voor veel mensen een formaliteit, maar als een kink in de kabel komt, kan dit grote gevolgen hebben. Gelukkig is er nog wel wat mogelijk om Justis op andere gedachten te brengen, maar aangezien tijd vaak een cruciale rol speelt, is het belangrijk dit snel en adequaat op te pakken. De juiste argumenten die op de juiste manier gepresenteerd worden, kunnen beslissen of de VOG alsnog verkregen kan worden of niet. De advocaten van 3 Advocaten hebben ervaring hierin en kunnen u snel van advies voorzien.

Meer weten?

Wilt u meer informatie over zeken omtrent VOG? Neem gerust contact op. Een ervaren bestuursrecht advocaat van 3 Advocaten uit Amersfoort staat u graag te woord!