Vergunningplichtige duurzaamheidsmaatregelen

Bij de verduurzaming van een bestaand gebouw vinden vaak bouwactiviteiten plaats. Die activiteiten zijn in principe vergunningplichtig op grond van artikel 2.1, eerste lid aanhef en onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). In sommige gevallen zijn de activiteiten vrijgesteld van een vergunningplicht. Wanneer dat niet het geval is, moet een omgevingsvergunning worden aangevraagd.

omgevingsvergunning

Als u een omgevingsvergunning moet aanvragen, dient u dit te doen bij het bevoegd gezag. Dit is vrijwel altijd het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de activiteiten moeten plaatsvinden. Of de vergunning wordt verleend of niet, hangt onder meer af van de voorwaarden van het bestemmingsplan. Dat wordt hieronder nader toegelicht. Naast het bestemmingsplan, moet u rekening houden met de eisen van welstand.

Meer weten?

Waarmee kunnen we u helpen?

Tip: op de website www.ruimtelijkeplannen.nl kunt u (kosteloos) het bestemmingsplan inzien.

De activiteiten passen binnen het bestemmingsplan

Als de beoogde bouwactiviteiten die nodig zijn voor de verduurzaming passen binnen het bestemmingsplan, dan is  het vaak mogelijk om de vergunning vrij eenvoudig te krijgen. U heeft op dat moment enkel nog te maken met welstandseisen.

Afwijken bestemmingsplan (i)

Indien de bouwactiviteiten niet passen in het bestemmingsplan, is het van belang om na te gaan of het bestemmingsplan zelf voorziet in een mogelijkheid voor het college van burgemeester en wethouders om van de voorschriften van het bestemmingsplan af te wijken. Dit kan op grond van artikel 2.12, eerste lid, aanhef, onder a sub 1 Wabo. Aan dit afwijken zijn vaak wel aanvullende voorwaarden verbonden, die vermeld staan in het bestemmingsplan zelf. Daarnaast is het college van burgemeester en wethouders niet verplicht om mee te werken aan de afwijking en worden de belangen van omwonenden meegewogen.

Een eenvoudig voorbeeld kan meer duidelijkheid verschaffen: stel, u wilt nieuwe buitenisolatie aanbrengen op het dak van uw woning. Deze nieuwe isolatie is een stuk dikker dan de bestaande isolatie en het dak wordt hierdoor 7,10 meter hoog in plaats van de maximaal in het bestemmingsplan toegestane 7,00 meter. Omdat het bestemmingsplan voorziet in een mogelijkheid voor het college van burgemeester en wethouders om de vergunning bij een maximale overschrijding van 10% toch te verlenen kan – mits het college van burgemeester en wethouders meewerkt – de vergunning vrij eenvoudig verkregen worden.  

Afwijken van het bestemmingsplan (ii): kruimellijst

Indien het bestemmingsplan zelf niet voorziet in een mogelijkheid tot afwijken is het verkrijgen van een omgevingsvergunning minder eenvoudig. Dat kan dan alleen op grond van artikel 2.12, eerste lid, aanhef, onder a sub 2 Wabo, maar dan moet het gaan om specifieke gevallen. Dit betreft de zogenaamde ‘kruimellijst’. Deze lijst is te vinden in artikel 4 van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht (Bor).

Een paar aspecten zijn interessant voor de verduurzaming bij bestaande gebouwen:

  • Op grond van het eerste lid kunnen bijbehorende bouwwerken binnen en buiten de bebouwde kom uitgebreid worden: dit biedt mogelijkheden voor bijvoorbeeld de plaatsing van een warmtepomp aan de gevel of op het dak.
  • Op grond van het vierde lid kunnen voorzieningen gericht op het isoleren van een gebouw vergund worden, ook al past het niet binnen de voorschriften van het bestemmingsplan;
  • de leden 6 en 7 bieden de mogelijkheid voor specifieke duurzaamheidsmaatregelen voor een glastuinbouwbedrijf of een agrarisch bedrijf;
  • op grond van het elfde lid kunnen tijdelijke maatregelen getroffen worden voor een termijn van ten hoogste tien jaar: onder omstandigheden kunnen hiermee duurzaamheidsmaatregelen met een maximale duur van tien jaar vergund worden.

Afwijken bestemmingsplan (iii): goede ruimtelijke ordening

Mocht het vorenstaande geen soelaas bieden, dan kan op grond van artikel 2.12, eerste lid, aanhef onder a sub 3 Wabo ook afgeweken worden van het bestemmingsplan. Dat kan alleen indien er sprake is van een goede ruimtelijke onderbouwing. Dat is in veel gevallen een verregaande procedure.

conclusie

Voor verduurzaming van gebouwen is soms een omgevingsvergunning nodig. Overweeg eerst of de verduurzaming niet vergunningvrij mogelijk is. Omdat niet alle bestemmingsplannen geschreven zijn met het oog op de verduurzaming van bestaande gebouwen, zijn vergunningplichtige verduurzamingsmaatregelen vaak in strijd met het bestemmingsplan. Dan kan het nuttig zijn om met behulp van een gespecialiseerd advocaat te bezien welke route het beste is om alsnog de vergunning te verkrijgen.