de juridische risico’s van de bitcoin

en andere cryptocurrency

bitcoin

Inleiding

Het zal niemand verbazen dat de bitcoin in veel jaaroverzichten van 2017 voorkomt. Het bezit van deze cryptomunt is in 2017 gemeengoed geworden: veel mensen bezitten (delen van) de munt of kennen op zijn minst bezitters van de munt. Daarnaast is de cryptomunt veelvuldig in diverse media besproken. Als risico wordt daarbij veel het koersverloop benoemd, en hoewel de bitcoin over 2017 zo’n 1371 % (!!) is gestegen, zal de koersdaling van vanaf de tweede helft van december 2017 de meeste bezitters wel bewust hebben gemaakt van dit risico. Aan de bitcoin – en alle andere cryptomunten, cryptovaluta of cryptocurrencies – kleven echter (ook) juridische risico’s die, anders dan het volatiele koersverloop, gelukkig te mitigeren zijn.

Fiscale risico’s bij cryptovaluta

BTW

Sinds 2015 is al duidelijk dat over bitcoins géén BTW geheven hoeft te worden. Op 22 oktober 2015 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie al beslist dat bitcoins geen ander doel dienen dan het verrichten van betalingen, waardoor géén van de lidstaten van de Europese Unie over bitcoins BTW kan heffen. Daarmee is het risico van een naheffing van BTW uitgesloten.

Inkomen en vermogen

Dat maakt echter niet dat álle fiscale risico’s uitgesloten zijn. Het bezit van bitcoins (en andere cryptovaluta) wordt fiscaal wel gezien als vermogen en opgave daarvan dient dan ook in box 3 plaats te vinden. Bitcoins en andere cryptovaluta worden door de Belastingdienst aangemerkt als ‘Overige bezittingen’:

Dat betekent dat u de waarde van uw bitcoins op 1 januari van het jaar waarover u aangifte doet, dient te vermelden in uw belastingaangifte.

Voorbeeld: bitcoin als vermogen in Box 3

U bezit op 1 januari 2017 1.20304457 BTC. Bij uw aangifte over 2017 dient u de (totale) waarde van deze bitcoins op 1 januari 2017 (€ 1097,00) op te geven als ‘Overige bezittingen’ in Box 3.

De verplichting om bitcoins op te geven in box 3 geldt ongeacht de waarde daarvan. In het voorbeeld hierboven, is de waarde van de bitcoins lager dan het vrij te laten vermogen. Indien u geen andere bezittingen heeft, dan zal in box 3 geen belasting geheven worden. Toch moet u de waarde van uw bitcoins opgeven. Dit is ook aan te raden omdat daarmee een langer bezit van bitcoins is aan te tonen – dat kan een rol spelen indien u de herkomst van uw vermogen moet verklaren. Daarover hieronder nog meer.

Complicatie:
welke waarde van bitcoins?

Bij het vorenstaande ontstaat direct al een complicatie, want wat is de waarde van de bitcoin op 1 januari 2017? De Belastingdienst komt niet verder van dat de waarde op 1 januari 2017 geldend is, maar dat uitgangspunt houdt geen rekening mee met koersverschillen op de dag of tussen verschillende exchanges.

Voor de belastingopgave van effecten bestaat een wettelijke bepaling: artikel 5.21 Wet inkomstenbelasting 2001. Maar die bepaling geldt niet voor bitcoins of andere cryptovaluta, waardoor teruggevallen moet worden op de algemene regeling uit artikel 5.19 Wet inkomstenbelasting 2001: de ‘waarde in het economisch verkeer’.

Indien dat een waarde – kies zelf welke – van een (grote) exchange is tussen 1 januari 2017 00:00 en 1 januari 2017 23:59, dan is het een pleitbaar standpunt dat dit de waarde in het economisch verkeer is, waardoor op juiste wijze aangifte wordt gedaan. Het lijkt mij niet dat hierover dan vervolgens problemen kunnen ontstaan, maar zekerheid is niet te geven.

Complicatie:
handel in bitcoins?

Wanneer u actief of veelvuldig handelt in bitcoins, kan een situatie ontstaan waarbij niet (meer) duidelijk is of het bezit van de bitcoins in box 3 belast moet worden, of dat sprake is van een inkomen uit onderneming, waardoor de winst van de handel in bitcoins in box 1 belast moeten worden. Dat maakt een enorm verschil qua belastingdruk. Zo betaalt u over het bezit van bitcoins in 2017 belasting over de waarde van de bitcoins op 1 januari 2017, wanneer de belasting in box 3 geheven wordt. Bij belastingheffing in box 1, zou het tarief progressief bepaald worden over de winst in de handel van bitcoins: die zou kunnen oplopen tot 52% over de koerswinst.

Voorbeeld: verschil in belastingdruk tussen box 1 of box 3

U bezit op 1 januari 2017 57.40304457 BTC, die een waarde vertegenwoordigden op 1 januari 2017 van € 52.360,00. U voorziet een koersval en verkoopt u volledige bezit aan bitcoins op 1 september 2017 tegen de waarde op dat moment: € 232.991,41. Op 15 september koopt u voor dit bedrag opnieuw bitcoins: u verkrijgt 74.79395944 BTC, die u op 8 december 2017 weer verkoopt tegen een verkoopprijs van € 13.701,48 per BTC. U heeft dan € 1.024.787,94, waarvoor u op 9 december tegen € 11.651,98 per bitcoin inkoopt: u verkrijgt 87.9496823 BTC. Op 17 december heeft u er genoeg van en verkoopt u uw volledige bezit aan BTC tegen een verkoopprijs van € 16.618,52: u verkrijgt € 1.461.592,55.

Box 3: U heeft geen fiscaal partner en heeft geen overige bezittingen in box 3. Het heffingsvrij vermogen bedraagt over 2017 € 25.000,00. Over het resterende bedrag betaalt u als volgt belasting. Het heffingsbedrag is € 27.360,–. Dat valt geheel in de eerste schijf van box 3, waardoor het rendement geacht wordt te zijn 1,63% over 67% van € 27.360,– en 5,39% over 33% van € 27.360,–. Het totale rendement wordt geacht te zijn € 306,13 + € 486,65 = € 792,78. Daarover betaalt u 30% belasting: u dient € 237,– te voldoen.

Box 1: U heeft een baan met een goed salaris, waardoor u reeds in box 1 in de hoogste schijf zit. De winst die u behaald heeft met uw bitcointransacties wordt aangemerkt als inkomen uit onderneming, waardoor u 52% belasting over de winst dient te voldoen: € 732.801,–

Hoewel het voorbeeld gechargeerd is, kan het verschil in belastingdruk tussen inkomen uit onderneming en een Box 3-heffing fors zijn. Het handelen in bitcoins zal, indien die handel gezien kan worden als ‘normaal vermogensbeheer’ niet snel als inkomsten uit onderneming gezien worden. Maar wanneer sprake is van ‘normaal vermogensbeheer’, is niet volledig duidelijk. Daarbij kunnen veel factoren een rol spelen:

  • of u ingeschreven staat bij de Kamer van Koophandel,
  • of u (tevens) voor anderen handelt in bitcoins of andere cryptovaluta,
  • of u kosten ten behoeve van de handel in bitcoins in mindering gebracht hebt etc.

Bij twijfel hierover is het verstandig om overleg te plegen met uw accountant, zodat u niet voor verrassingen komt te staan.

Complicatie:
minen van bitcoins

Ook bij het maken, of het ‘minen’ van bitcoins doet zich eveneens een complicatie voor. Het is volslagen onduidelijk of bij het minen van bitcoins een opgave in box 3 voldoet. Ik zou menen dat ook hierbij een veelheid aan factoren een rol speelt, waarbij dezelfde factoren die bij handel in bitcoins bepaalt of opgave gedaan moet worden in box 1 of box 3, een rol kunnen spelen.

De investeringen die gedaan worden ten behoeve van het minen, zullen een factor van belang kunnen zijn. Nu de kosten voor het minen steeds verder oplopen en de voor het minen benodigde investeringen dus ook steeds groter worden, meen ik dat het vaker voor zal komen dat de winst wegens het minen van een bitcoin als inkomen uit een onderneming aangemerkt wordt, waardoor het in box 1 opgegeven moet worden.

Complicatie:
bewijslast

Een andere veel gestelde vraag is wie nu eigenlijk de bewijslast heeft als het gaat om het bezit of de waarde van de bitcoins. Kortom: wie moet de waarde van de bitcoins aantonen, de belastingdienst of de bezitter zelf?

Wanneer volgens de regels aangifte gedaan wordt, dan geldt dat de bewijslast bij de belastinginspecteur ligt. Als iemand dus naar waarheid en tijdig opgave doet van het bezit van de bitcoins en daar de juiste waarde aan koppelt, dan is het aan de belastinginspecteur om te bewijzen dat bijvoorbeeld meer bitcoins in bezit waren, of dat de waarde anders was dan opgegeven. In veel gevallen zal de bewijslast dus bij de inspecteur liggen.

Er zijn echter uitzonderingen: Wanneer er geen aangifte is gedaan, dan kan een omkering van de bewijslast volgen: het is dan aan belastingplichtige om de hoeveelheid cryptocurrency te bewijzen en de waarde daarvan.

Ook wanneer de inspecteur door middel van een informatiebeschikking vragen heeft gesteld aan de belastingplichtige, maar de belastingplichtige daarop geen antwoord heeft gegeven, kan omkering van de bewijslast ontstaan. Ook in dat geval dient de belastingplichtige de hoeveelheid cryptovaluta en de waarde daarvan te bewijzen.

De échte complicatie ontstaat meestal wanneer de inspecteur zich op het standpunt stelt dat geen (volledige) aangifte is gedaan, maar de belastingplichtige meent dat dit wel het geval is. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer de inspecteur meent dat er méér cryptovaluta onder het vermogen vielen of dat deze méér waard waren. (Volledigheidshalve: minder kan ook, maar daartegen zal in de regel geen bezwaar bestaan vanuit de belastingplichtige). Of en zo ja in een dergelijk geval sprake mag zijn van een omkering van de bewijslast, is niet in zijn algemeenheid te stellen.

Het is dan ook verstandig om de hoeveelheid cryptovaluta te kunnen verklaren en (enig) bewijs van de waarde hiervan op de relevante data bij te houden. Zo voorkom je problemen mocht een informatiebeschikking komen of mocht de inspecteur zich op het standpunt stellen dat geen volledige of juiste aangifte is gedaan. Het bewaren van bewijs over de (herkomst van de) hoeveelheid cryptovaluta is daarnaast zeer sterk te adviseren gelet op het strafrechtelijke risico van witwassen.

Witwasrisico’s bij cryptovaluta

Bitcoins en andere cryptovaluta zijn legaal. Het is legaal om ze te bezitten, te minen, daarin te handelen etc. Op dit moment onderzoekt de Minister van Financiën de wenselijkheid van het reguleren (of verbieden) van ICO’s (Initial Coin Offers, een van crypotvaluta afgeleid beleggingsproduct), maar dat verandert niets aan de legaliteit van bijvoorbeeld bitcoins.

Evenwel staan cryptovaluta zoals bitcoins in de belangstelling van justitie. Omdat een bitcoin niet gekoppeld is aan een persoon, heeft het een anoniem karakter. Daarnaast is het (vrij) gemakkelijk om (grote) hoeveelheden geld over te dragen door middel van cryptovaluta. Dat maakt het gebruik van cryptovaluta aantrekkelijk voor criminelen, zo kan bijvoorbeeld de handel in drugs of andere illegale producten betaald worden met bijvoorbeeld bitcoins. Voor dergelijke betalingen worden ook bitcoins gebruikt. Ook voor betalingen tussen criminelen worden bitcoins gebruikt.

Hoewel bitcoins legaal zijn, worden ze ook gebruikt in het criminele circuit. Dit maakt dat aan het gebruik en aan het omwisselen van bitcoins witwasrisico’s verbonden zijn.

Wat is het witwassen van cryptovaluta

Witwassen van cryptovaluta is juridisch gezien het – kort gezegd –  bezitten, omwisselen of het verhandelen van die cryptovaluta terwijl de bezitter, omwisselaar of handelaar weet of moest vermoeden dat die cryptovaluta, direct of indirect afkomstig zijn van enig misdrijf.

Uit deze ‘korte’ zin volgt al dat witwassen een gecompliceerd delict is. Voor de complexere gevallen is vaak specialistische kennis nodig om te bepalen of sprake zou kunnen zijn van witwassen. Omdat bij het gebruik van cryptovaluta (zoals bitcoins) al snel sprake is van een complex geval betreft, is het niet goed mogelijk om alle aspecten van een verdenking van witwassen in verband met cryptovaluta te bespreken in een blog als deze. Het is dan ook aan te bevelen om bij een concrete verdenking van witwassen van cryptovaluta contact op te nemen met een gespecialiseerd advocaat.

Bezit cryptovaluta is geen probleem, het draait om het verleden en de wijze van verkrijging.

Het enkele bezit van bitcoins is in beginsel geen probleem. Wanneer u cryptovaluta bezit, is dat niet zonder meer een indicatie of bewijs van (betrokkenheid bij) een strafbaar feit. De crux zit in (a) het verleden en (b) de wijze van verkrijging van de cryptovaluta.

Een vergelijking is te maken met de aankoop van een tweedehands fiets: als die afkomstig is van diefstal – en u weet dat niet – en u koopt de fiets voor een eerlijke prijs in een eerlijke zaak, dan is er geen probleem. Evenzo het spiegelbeeld: u koopt de fiets op straat van aan anoniem persoon voor een veel te lage prijs, maar de fiets is aantoonbaar niet afkomstig van enig misdrijf: geen probleem. Maar de combinatie van beide maakt u een heler (of witwasser).

Zo ook met cryptovaluta.

Herkomst bitcoins

De anonimiteit van bitcoins ziet alleen op de bezitter: de herkomst van de bitcoin kan vrijwel altijd worden achterhaald. Omdat bitcointransacties door een ieder te raadplegen zijn, kan iedereen – dus ook justitie of de FIOD – van een bepaalde bitcoin de gehele geschiedenis van transacties inzichtelijke maken. Dat kan door gebruik te maken van bijvoorbeeld walletexplorer of speciaal daarvoor bedoelde software als chainanalysis. Met publieke informatie zoals onder meer bitcoinadressen, blocknummers en blockhashes en andere informatie, kan door bijvoorbeeld justitie achterhaald worden dat een bepaalde bitcoin (of een gedeelte daarvan) afkomstig is van een bitcoinadres dat gebruikt werd op een marktplaats op het darkweb. Een dergelijke herkomst is problematisch: uit een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland valt af te leiden dat 80% van alle producten op dergelijke ‘dark markets’ drugs betreffen en 90% van de producten illegaal zijn.

Het bezit van een of meerdere bitcoins met een dergelijke herkomst kan een probleem opleveren. Omdat dit verleden voor justitie of de FIOD inzichtelijk te maken is, maar voor een gewoon burger veelal niet, is het zaak om juist naar de wijze van verkrijging te kijken.

Wijze van verkrijging

Evenals bij tweedehands goederen is het mogelijk om cryptovaluta op een veelheid van manieren te verkrijgen. Het is daardoor heel lastig om op voorhand aan te geven welke wijzen van verkrijgen minder en welke wijzen van verkrijgen meer witwasrisico’s met zich brengen.

Om de witwasrisico’s bij het gebruik en het omwisselen van cryptovaluta inzichtelijk te maken, wordt aansluiting gezocht bij de witwastypologieën voor cryptovaluta. Witwastypoligieën zijn beschrijvingen van gedragingen die volgens de Financiële Inlichtingen Unit (FIU) in verband met witwassen kunnen worden gebracht. Op dit moment heeft de FIU 3 witwastypologieën die verband houden met cryptovaluta vastgesteld.

Witwastypologiën cryptocurrencies

  1. Het meermalen binnen een relatief korte periode vanaf bankrekening(en) opnemen van aanzienlijke contante bedragen, geheel of in delen, zonder een kennelijke economische noodzaak en in combinatie met het meermalen giraal ontvangen van bedragen (waarbij die bedragen in geval van de handelaar in virtuele betaalmiddelen kennelijk afkomstig zijn uit de verkoop van virtuele betaalmiddelen).
  2. De aankoop van virtuele betaalmiddelen waarbij aan ten minste twee van de volgende kenmerken is voldaan:
    1. de koper biedt zijn diensten aan via internet middels vraag- en aanbodsites;
    2. de koper stelt geen identiteit van de verkoper vast;
    3. de koper schermt de eigen identiteit af;
    4. de koper rekent in contanten af;
    5. de koper brengt een ongewoon hoog percentage wisselcommissie in rekening;
    6. de transactie vindt plaats in een (openbare) omgeving waar veel publiek aanwezig is waardoor het veiligheidsrisico voor de koper vermindert;
    7. een legale economische verklaring voor de wijze van omwisseling is niet aannemelijk;
    8. de omvang van de aangekochte virtuele betaalmiddelen is niet aannemelijk in relatie tot gemiddeld particulier gebruik;
    9. de koper is niet bij de Kamer van Koophandel en niet bij de Belastingdienst bekend voor het zijn van wisselinstelling.
  3. De koper en/of verkoper maakt/maken bij de verkoop van virtuele betaalmiddelen gebruik van een zogenaamde mixer.

Bij de witwastypologieen wordt als uitgangspunt gehanteerd dat wanneer sprake is van een dergelijke gedraging, het aan de bezitter van de cryptovaluta is om aannemelijk te maken dat – indien sprake is van cryptovaluta die afkomstig zijn van een misdrijf – géén sprake is van witwassen. Om risico’s te voorkomen, is het dus verstandig om deze handelingen te vermijden.

Kort en goed is het daarom aan te raden om alleen cryptovaluta te kopen van of verkopen aan personen van wie de identiteit vast te stellen is, of – bij voorkeur met giraal geld – bijvoorbeeld via gerenommeerde bitcoinexchanges. De aankoop van zeer goedkope bitcoins (bijvoorbeeld tegen contant geld) is af te raden, evenals transacties waarbij elementen – de cryptovaluta, de koper en/of de verkoper – niet of slecht te traceren is.

Tot slot is het gebruik van bitcoinmixers of tumblers af te raden. Daarover iets meer uitleg. De gehele transactiegeschiedenis van een bitcointransactie, legaal of illegaal, is door iedereen te volgen. Er bestaan echter diensten die dit moeilijker maken: het gaat dan om zogenaamde bitcoinmixers of tumbling services. Indien de koper of verkoper gebruik maakt van dergelijke diensten, is het aan de bezitter van de cryptovaluta om een legale verklaring voor dit gebruik te geven. Hoewel die verklaringen er wel (kunnen) zijn, is het volstrekt onduidelijk hoe de rechter hiermee zal omgaan: mij zijn (nog) geen uitspraken hierover bekend.

Conclusie

In dit artikel is gepoogd enig inzicht te geven over de juridische aspecten van het bezit van bitcoins of andere cryptovaluta. Vooral is bedoeld duidelijk te maken dat sommige aspecten – met name wanneer het witwassen aangaat – niet eenvoudig zijn en dat de risico’s bij foutief handelen groot kunnen zijn. Neem daarom altijd contact op met een specialist op dit gebied.