Hoe DUO onrechtmatig de uitwonendenbeurs controleert – update: toch niet.

In een hogerberoepzaak van een cliënt van mr. Verweij is het bezwaar alsnog gegrond verklaard. In deze zaak werd de uitwonendenbeurs van de cliënt teruggevorderd omdat hij volgens DUO niet daadwerkelijk op het opgegeven adres woonde.

Na tussenkomst van de Centrale Raad van Beroep heeft de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) impliciet erkend dat gebruik is gemaakt van onbevoegde controleurs. Daarom is de beschikking tot terugvordering van de studiebeurs ingetrokken.

Reisgegevens

Dat DUO het ook in andere opzichten niet nauw neemt met de regels blijkt wel uit de recente berichtgeving over het schenden van de privacy van honderden studenten van wie sinds 2015 de reisgegevens zijn opgevraagd bij Translink. Dit is het bedrijf dat de OV-chipkaart ontwikkeld heeft en de reis- en persoonsgegevens van de gebruikers verwerkt.

Uitwonendenbeurs

Sinds 2011 is het mogelijk uitwonendenbeurs te ontvangen als men ook daadwerkelijk woont op het adres waaronder hij/zij staat in de basisregistratie personen (brp) ingeschreven staat.

Terugvordering en boete

Als aan de hand van een controle in opdracht van de Minister wordt vastgesteld dat een student niet aan deze voorwaarde zou voldoen, leidt deze vaststelling tot een terugvordering van het verschil tussen de toegekende en uitbetaalde beurs voor een uitwonende student en het bedrag dat hij als thuiswonende zou hebben ontvangen. Vaak wordt hier bovenop nog een boete opgelegd.

Uitwonendencontroles

Al in 2016 heeft de Centrale Raad van Beroep geoordeeld dat het onrechtmatig is als de zogenoemde ‘uitwonendencontroles’ zijn uitgevoerd door zelfstandigen (zzp’ers) die zich laten inhuren door private bedrijven die een overeenkomst hebben met DUO.

De uitleg is helder: er is tussen een zelfstandige en het bedrijf geen gezagsverhouding waardoor deze controleurs niet voldoende kunnen worden aangestuurd. De Centrale Raad van Beroep heeft laten meewegen dat het hier een overheidstaak betreft en dat met het verlenen van dergelijke bevoegdheden aan personen buiten de overheid terughoudend moet worden omgegaan

Van een zorgvuldige overheid zou men verwachten dat dit soort onregelmatigheden in elke lopende rechtszaak uit eigen beweging onderzocht en gemeld worden. Echter moest de Centrale Raad van Beroep in deze zaak eerst vragen stellen voordat DUO besloot de beslissing in te trekken en tegemoet te komen aan het bezwaar.

Fraudebestrijding

Het lijkt alsof DUO in reactie op de jurisprudentie van de Centrale Raad op zoek is gegaan naar andere middelen om op vermeende fraudeurs te jagen. Dat een overheid daarbij de randen van de wet opzoekt is niet nieuw. Wel is nieuw dat deze methoden, in tegenstelling tot bijvoorbeeld een huisbezoek, zich volledig onttrekken aan de waarneming van de burger.

Oordeel rechter

De rechtbank Den Haag heeft geoordeeld dat deze reisgegevens niet als ‘zakelijke gegevens’ kunnen worden beschouwd zodat een toezichthouder zoals DUO niet bevoegd is om deze op te vragen.

De reisgegevens zijn op de persoon van de betreffende student herleidbaar. Omdat hiermee het persoonlijke leven van deze student wordt blootgelegd is op grond van artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, waarin het recht op privacy wordt beschermd, een specifieke wettelijke grondslag vereist voor het verzamelen, vastleggen, bewaren en gebruiken van deze gegevens, aldus de rechtbank. Omdat deze wettelijke grondslag ontbreekt mocht DUO deze gegevens helemaal niet opvragen bij Translink.

Hoger beroep

DUO heeft hoger beroep aangetekend tegen deze uitspraak en 3 Advocaten volgt deze zaak op de voet.

Het is onze stellige indruk dat de rechter in de toekomst steeds vaker zijn oordeel zal moeten vellen over vermeende schending van de privacy bij het verwerken van persoonsgegevens door bedrijven, instellingen en overheden.

UPDATE: hoger beroep

De Centrale Raad van Beroep heeft op 5 februari 2018 uitspraak gedaan in het hoger beroep in deze zaak. De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat DUO wel degelijk bevoegd was om de reisgegevens op te vragen, maar oordeelt daarbij dat de bewijswaarde hiervan ‘gering’ is.

De CRvB vindt de inbreuk op de privacy ‘gering’ en mede gelet op de omstandigheid dat het doel van het opvragen van de gegevens toezicht op de naleving van een wettelijk voorschrift betreft, oordeelt de rechter dat dit mag.

Opvallend aan deze uitspraak is dat de CRvB eveneens oordeelt dat de reisgegevens als zelfstandig bewijs – behoudens bijzondere omstandigheden – onvoldoende zullen zijn en als aanvullende gegevens – meestal – slechts met beperkte bewijskracht.

Die overwegingen rechtvaardigen de vraag of die beperkte bijdrage aan de controle van de naleving van een wettelijk voorschrift nog opweegt tegen de (eveneens) geringe inbreuk op de privacy. Helaas wijdt de Centrale Raad van Beroep daaraan geen overweging.

Advocaat

Voor al uw vragen over persoonsgegevens en privacy kunt u contact opnemen met 3 Advocaten in Amersfoort.